ECLI:NL:CRVB:2009:BI0096
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- R. Kooper
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongegrondverklaring bezwaar wegens schending inlichtingenplicht bij bijstandsverlening
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB en werd geconfronteerd met een besluit tot intrekking van haar bijstand per 1 september 2005. Het College stelde vast dat appellante een bankrekening bij de Rabobank had verzwegen, naast de reeds bekende Postbankrekening. Tijdens een huisbezoek erkende zij deze verzwegen rekening, maar weigerde nadere informatie te verstrekken.
Het College handhaafde het besluit tot intrekking van de bijstand op basis van schending van de inlichtingen- en medewerkingsplicht. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond en wees een verzoek om schadevergoeding af. Appellante ging in hoger beroep tegen deze beslissing.
De Raad onderschreef de eerdere overwegingen dat appellante onvoldoende medewerking verleende en dat het huisbezoek geen nieuwe relevante informatie opleverde. De Raad bevestigde dat het College niet tot schadevergoeding kan worden veroordeeld voor schade die voortvloeit uit feitelijk handelen, zoals het huisbezoek, en verwees appellante voor dergelijke schade naar de civiele rechter.
De Raad bevestigde de uitspraak van de voorzieningenrechter en wees het hoger beroep af. Tevens zag de Raad geen aanleiding voor toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de bijstand wordt bevestigd.