ECLI:NL:CRVB:2009:BI0595
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.C.M. van Laar
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks procedurele tekortkoming bezwaararbeidsdeskundige
Appellante maakte bezwaar tegen de herziening van haar WAO-uitkering door het UWV, waarbij haar arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 15 tot 25% in plaats van 65 tot 80%.
De rechtbank vernietigde het bezwaarbesluit omdat het UWV ten onrechte geen heroverweging door de bezwaararbeidsdeskundige had uitgevoerd, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand omdat de inhoudelijke beslissing juist was. In hoger beroep voerde appellante aan dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat haar aandoeningen onvoldoende waren meegewogen.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, dat de beperkingen adequaat waren vastgesteld en dat er wel degelijk arbeidskundig onderzoek had plaatsgevonden. De Raad bevestigde dat de geselecteerde functies passend zijn en dat de herziening van de WAO-uitkering terecht is. De proceskosten werden niet toegewezen, maar het griffierecht werd vergoed.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering naar 15-25% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd en het griffierecht wordt aan appellante vergoed.