ECLI:NL:CRVB:2009:BI0626
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding bij disciplinaire straf
Appellant was werkzaam bij het ministerie van Justitie en kreeg een disciplinaire straf opgelegd van onvoorwaardelijk ontslag wegens ongeoorloofd internetgebruik. Dit ontslag werd bij bezwaar herroepen en omgezet in een lagere salarisschaal voor ruim een jaar. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit niet-ontvankelijk vanwege overschrijding van de beroepstermijn.
In hoger beroep overweegt de Raad dat het besluit op juiste wijze bekend is gemaakt aan appellant, ondanks zijn verhuizing zonder mededeling aan de minister. De beroepstermijn begon op 1 november 2006, maar appellant stelde pas op 29 december 2006 beroep in, wat te laat was.
Appellant voerde aan dat zijn psychische toestand hem verhinderde tijdig te reageren, maar dit werd niet met medische gegevens onderbouwd. Getuigenverklaringen bevestigden dat appellant zich in een moeilijke situatie bevond, maar dat hij tussen maart en oktober 2006 wel in staat was om zijn adreswijziging door te geven. De Raad concludeert dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is en bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.