ECLI:NL:CRVB:2009:BI0850
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ziekengeld wegens geschiktheid voor WAO-functies
Appellante, die sinds 2001 een WAO-uitkering ontving wegens arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35%, meldde zich in december 2004 ziek met diverse klachten. Het UWV weigerde haar ziekengeld omdat zij geschikt werd geacht voor functies die eerder waren vastgesteld bij de WAO-herbeoordeling van december 2003.
Na bezwaar en een herbeoordeling door een bezwaarverzekeringsarts bleef het oordeel van het UWV ongewijzigd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde met het argument dat haar klachten waren toegenomen en dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was.
De Raad overwoog dat de maatstaf voor 'zijn arbeid' in deze zaak de functies zijn die ten grondslag liggen aan de WAO-schatting van 12 december 2003. Uit het medisch onderzoek bleek dat appellante geschikt was voor deze functies en dat er geen nieuwe medische feiten waren die dit oordeel konden wijzigen.
De Raad concludeerde dat het UWV op goede gronden het ziekengeld had geweigerd en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er was geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van ziekengeld omdat appellante geschikt is voor de WAO-functies.