ECLI:NL:CRVB:2009:BI0882
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens voldoende medische en arbeidskundige grondslag
Appellant, werkzaam als conciërge, meldde zich ziek met prostaat- en psychische klachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Na medisch onderzoek door arts Wassenaar en arbeidskundig onderzoek werd vastgesteld dat appellant geschikt was voor zijn eigen werk en andere functies met minder dan 35% verdienverlies. Het Uwv weigerde daarom de uitkering.
In de bezwaarprocedure bevestigde de bezwaarverzekeringsarts Admiraal het eerdere oordeel en het Uwv verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank Utrecht onderschreef dit oordeel en wees het beroep af.
In hoger beroep voerde appellant aan dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn psychische klachten. De Raad oordeelde echter dat de medische en arbeidskundige grondslag voldoende was, dat er geen aanwijzingen waren voor concentratieverlies en dat het medisch advies over chronische psychiatrische problematiek onvoldoende was onderbouwd. De Raad bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
De Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.