ECLI:NL:CRVB:2009:BI0887
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering naar 15-25% arbeidsongeschiktheid na intrekking eerdere uitkering
Appellante, voormalig pakketpostchauffeur, viel in 2000 uit wegens hartklachten en kreeg een WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80 tot 100%. In 2006 trok het UWV deze uitkering in omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 15% werd geacht. Na bezwaar werd de uitkering herzien naar een arbeidsongeschiktheidspercentage van 15 tot 25%, gebaseerd op medische en arbeidskundige beoordelingen.
De rechtbank stelde vast dat het besluit van het UWV op een deugdelijke medische grondslag rustte, maar vernietigde het besluit vanwege onvoldoende toelichting op de geschiktheid van functies. In hoger beroep voerde appellante aan dat het onderzoek onvolledig was, dat haar beperkingen werden onderschat en dat zij recht had op een deskundige benoeming. Zij overhandigde een brief van haar behandelend psycholoog ter onderbouwing.
De Raad onderschreef de overwegingen van de rechtbank en concludeerde dat zowel de bezwaarverzekeringsarts als de verzekeringsarts voldoende hadden gemotiveerd waarom geen urenbeperking meer nodig was. De brief van de psycholoog gaf geen aanleiding tot twijfel over de vastgestelde beperkingen omdat deze betrekking had op een latere periode. Ook de arbeidskundige beoordeling was voldoende onderbouwd.
De Raad verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er waren geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de herziening van de WAO-uitkering naar 15-25% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.