ECLI:NL:CRVB:2009:BI0942
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Vernietiging herzieningsbesluit WAO-uitkering wegens onvoldoende medische motivering
Appellante, werkzaam als secretaresse, meldde zich in 1993 ziek vanwege Systemische Lupus Erythematosus (SLE) en ontving vanaf 1994 een WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80-100%. Na een herbeoordeling in 2005 stelde het UWV het percentage bij op 55-65%, gebaseerd op een rapport van een verzekeringsarts en een arbeidsdeskundige. Appellante maakte bezwaar tegen deze herziening, stellende dat haar beperkingen, met name door vermoeidheid en hittegevoeligheid, werden onderschat.
In de bezwaarprocedure bevestigde een bezwaarverzekeringsarts het oorspronkelijke oordeel, maar de Centrale Raad constateert dat de medische motivering onvoldoende zorgvuldig is. De Raad vindt dat de urenbeperking van vier uur per dag onvoldoende is onderbouwd en dat onduidelijk is waarom beperkingen bij koude wel, maar bij hitte niet zijn aangenomen, terwijl appellante ook hitte als beperkend ervaart. De Raad acht de medische grondslag en motivering onvoldoende draagkrachtig.
Daarom vernietigt de Raad het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank die het bezwaar ongegrond verklaarde. Het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met een zorgvuldige motivering, rekening houdend met een volledige werkweek van 40 uur zoals in het arbeidskundige rapport is vermeld. Tevens moet het UWV ingaan op het verzoek om vergoeding van wettelijke rente en kosten. De Raad veroordeelt het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met een zorgvuldige medische motivering.