ECLI:NL:CRVB:2009:BI0946
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering en handhaving arbeidsongeschiktheidspercentage na bezwaar en beroep
Appellant ontving een WAO-uitkering berekend naar een arbeidsongeschiktheidspercentage van 25 tot 35% en had gedeeltelijk zijn werkzaamheden hervat. Het UWV weigerde bij besluit van 3 maart 2005 de uitkering te herzien. Appellant maakte bezwaar en stelde dat de medische beoordeling onjuist was en de functies niet passend waren.
De rechtbank vernietigde het besluit en gaf het UWV opdracht opnieuw te beslissen. Het UWV handhaafde het arbeidsongeschiktheidspercentage bij een nieuw besluit van 18 december 2006. Appellant ging in hoger beroep en voerde aan dat de belasting in de functies de belastbaarheid overschrijdt en dat de medische beoordeling gebrekkig was.
De Raad bevestigde de vernietiging van het eerdere besluit en oordeelde dat het UWV onvoldoende had gemotiveerd dat de belasting binnen de grenzen van de belastbaarheid bleef, met name voor de functie van elektromonteur. De Raad stelde vast dat appellant recht heeft op een WAO-uitkering berekend naar een arbeidsongeschiktheidspercentage van 35 tot 45% met ingang van 8 december 2004.
Daarnaast veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 10 april 2009.
Uitkomst: Appellant krijgt recht op een WAO-uitkering berekend naar een arbeidsongeschiktheidspercentage van 35 tot 45% met ingang van 8 december 2004.