ECLI:NL:CRVB:2009:BI1150
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- C.P.M. van de Kerkhof
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks duizeligheidsklachten zonder objectiveerbare oorzaak
Appellant heeft een WAO-uitkering ontvangen en verzocht om herbeoordeling vanwege vermeerderde medische klachten, waaronder duizeligheid. Na onderzoek door verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen werd vastgesteld dat er geen medisch-objectiveerbare oorzaak voor de duizeligheidsklachten was en dat appellant in staat was om bepaalde functies te verrichten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Raad bevestigt deze uitspraak.
Appellant stelde dat onvoldoende medisch onderzoek was verricht en dat zijn beperkingen werden onderschat, met name vanwege zijn oor- en evenwichtsproblemen. De Raad overwoog dat de verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts zorgvuldig onderzoek hadden gedaan, waarbij ook recente medische gegevens waren betrokken. De klachten bleven constant en er was geen aanleiding tot het aannemen van zwaardere beperkingen.
De bezwaararbeidsdeskundige gaf een toereikende toelichting op de geselecteerde functies en de Raad achtte aannemelijk dat appellant deze functies kon verrichten. Er was geen grond voor nader onderzoek of aanpassing van de mate van arbeidsongeschiktheid. De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de eerdere uitspraak en het bestreden besluit.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant terecht als 25-35% arbeidsongeschikt is beoordeeld en in staat is de geselecteerde functies te verrichten.