ECLI:NL:CRVB:2009:BI1189
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens onjuiste woonsituatie en niet gemelde kasstortingen
Appellant ontving bijstand sinds juni 2005. Het College startte een rechtmatigheidsonderzoek na het niet verschijnen van appellant op een gesprek en constateerde via huisbezoek en bankafschriften onduidelijkheden over zijn woonsituatie en kasstortingen op zijn bankrekening.
Het College trok de bijstand in vanaf 27 juli 2005 en vorderde terug over deze periode. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat het huisbezoek onrechtmatig was vanwege gebrek aan 'informed consent'.
De Raad oordeelt dat appellant voldoende was geïnformeerd en toestemming gaf voor het huisbezoek. De intrekking over de periode vanaf 1 december 2005 is terecht vanwege schending van de inlichtingenplicht over zijn woonadres. Echter, de intrekking en terugvordering over 27 juli tot 30 november 2005 berustten op ondeugdelijke gronden omdat niet alle kasstortingen waren verantwoord.
De Raad vernietigt het besluit en de uitspraak van de rechtbank voor dit deel en beveelt het College een nieuw besluit te nemen. Tevens veroordeelt de Raad het College in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand over 27 juli tot 30 november 2005 wordt vernietigd en het College dient een nieuw besluit te nemen.