Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2009:BI1206

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
2 april 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08-1593 AOW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid hoger beroep inzake AOW-pensioen en proceskostenvergoeding

Appellant had een AOW-pensioen toegekend gekregen van de Sociale verzekeringsbank (Svb), aanvankelijk 2% van het volledige pensioen vanwege 49 niet-verzekerde jaren. Na bezwaar en een nieuw besluit werd dit verhoogd tot 14% van het volledige pensioen.

Appellant trok zijn beroep bij de rechtbank in en verzocht om vergoeding van proceskosten. De rechtbank wees dit af wegens onvoldoende specificatie en bewijs van de kosten.

In hoger beroep richt appellant zich op de hoogte van het AOW-pensioen en betwist dat hij recht heeft op een hoger percentage, maar de Raad stelt vast dat het hoger beroep alleen kan gaan over de proceskostenvergoeding die door de rechtbank is beoordeeld.

Omdat de grieven niet op het oordeel van de rechtbank zien, verklaart de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk en wijst zij het verzoek om proceskostenvergoeding af.

De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 2 april 2009.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de grieven niet zien op het oordeel van de rechtbank.

Uitspraak

08/1593 AOW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellant], wonende te [woonplaats], Nador, Marokko (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 29 januari 2008, 07/77 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb).
Datum uitspraak: 2 april 2009
I. PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
Bij brief van 14 juli 2008 heeft de Raad appellant er op gewezen dat zijn hoger beroep - gelet op de inhoud van de aangevallen uitspraak - slechts gericht kan zijn tegen de afwijzing door de rechtbank van de door hem gevraagde proceskostenvergoeding. Hierop heeft appellant bij schrijven van 1 augustus 2008 gereageerd.
Het geding is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 19 februari 2009, waar partijen, de Svb met kennisgeving, niet zijn verschenen.
II. OVERWEGINGEN
1.1. Bij besluit van 24 november 2005 heeft de Svb aan appellant met ingang van mei 2004 een ouderdomspensioen ingevolge de Algemene Ouderdomswet (AOW) toegekend ter hoogte van € 12,63 bruto per maand en het bijbehorende vakantiegeld van € 0,63 bruto per maand. Dit is 2% van het volledige AOW-pensioen, aangezien appellant 49 jaar niet verzekerd is geweest voor de AOW.
1.2. Bij besluit op bezwaar van 27 april 2006 heeft de Svb het bezwaar van appellant tegen het besluit van 24 november 2005 gedeeltelijk gegrond en voor het overige ongegrond verklaard. De Svb is alsnog tot de slotsom gekomen dat het AOW-pensioen in verband met een eerdere aanvraag van appellant dient in te gaan in januari 2004, alsmede dat appellant recht heeft op 10% van het volledige AOW-pensioen, aangezien gebleken is dat hij - afgerond - 45 jaar niet voor de AOW verzekerd is geweest.
1.3. Nadat appellant bij de rechtbank beroep had ingesteld, heeft de Svb - onder intrekking van het besluit van 27 april 2006 - op 24 juli 2007 een nieuw besluit op bezwaar genomen. Daarin wordt het aantal verzekerde jaren gesteld op - afgerond -
43, zodat appellant vanaf januari 2004 recht heeft op 14% van het volledige
AOW-pensioen, ofwel € 88,45 bruto per maand.
1.4. Bij brief van 20 augustus 2007 heeft appellant het door hem ingestelde beroep ingetrokken. Daarbij heeft hij verzocht om vergoeding van de kosten van uittreksels openbare registers, telegrammen en internationale telefoongesprekken.
2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het verzoek om een proceskostenvergoeding afgewezen, onder de motivering dat appellant de door hem gevorderde proceskosten niet deugdelijk heeft gespecificeerd en onderbouwd met bewijsstukken.
3. In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat hij zich niet kan verenigen met de uitspraak van de rechtbank, omdat de Svb hem een te gering AOW-pensioen heeft toegekend. Hij zou lange perioden in Nederland hebben gewerkt. De Svb had daar meer onderzoek naar moeten doen. In brieven van 14 april 2008, 1 augustus 2008 en 9 oktober 2008 heeft hij dit standpunt herhaald.
4.1. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.2. Zoals hierboven onder 2 is vermeld, heeft de rechtbank, na de intrekking van het beroep door appellant, in de aangevallen uitspraak uitsluitend een oordeel gegeven over de proceskosten. Daarop hebben de grieven van appellant in hoger beroep geen betrekking. Appellant heeft slechts aangevoerd dat de Svb hem een te laag
AOW-pensioen heeft toegekend en wenst op dat punt een inhoudelijke beoordeling door de Raad.
4.3. De Raad stelt vast dat de grieven van appellant geen betrekking hebben op het oordeel van de rechtbank en de daaraan ten grondslag gelegde overwegingen en daarmee in dit geding niet aan de orde kunnen komen.
4.4. Gezien het vorenstaande dient het hoger beroep niet-ontvankelijk te worden verklaard.
5. De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door T.L. de Vries. De beslissing is, in tegenwoordigheid van W. Altenaar als griffier, uitgesproken in het openbaar op 2 april 2009.
(get.) T.L. de Vries.
(get.) W. Altenaar.