ECLI:NL:CRVB:2009:BI1226
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C.M. van Laar
- C.P.M. van de Kerkhof
- B.I. Klaassens
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende onderbouwing empathische werkomgeving
Appellante, laatstelijk werkzaam als assistent-zweminstructrice, kreeg een WAO-uitkering toegekend wegens arbeidsongeschiktheid. Na herbeoordeling door een verzekeringsarts en een arbeidsdeskundige concludeerde het UWV dat zij geschikt was voor bepaalde functies, waarop de WAO-uitkering werd ingetrokken. Appellante maakte bezwaar en stelde dat de functies niet voldeden aan de noodzakelijke empathische werkomgeving zoals medisch vereist.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep stelde vast dat het UWV onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de functies daadwerkelijk een empathische werkomgeving boden. De Raad oordeelde dat de medische beperkingen, waaronder de eis van een empathische omgeving, niet per functie waren getoetst en dat het standpunt van het UWV onvoldoende onderbouwd was.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak en bepaalde dat het UWV een nieuw besluit op bezwaar moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werden proceskosten aan appellante toegekend en het betaalde griffierecht vergoed.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende onderbouwing van de empathische werkomgeving.