ECLI:NL:CRVB:2009:BI1237
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag toelating Nederland op humanitaire gronden en beëindiging bijstandsuitkering
Appellante, een Portugese onderdaan die sinds 1993 in Nederland verblijft, verzocht in 1999 om toelating tot Nederland op humanitaire gronden op basis van de Tijdelijke regeling witte illegalen. Dit verzoek werd afgewezen en het bezwaar werd kennelijk niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdig indienen van gronden. Appellante had eerder een bijstandsuitkering aangevraagd die aanvankelijk werd geweigerd vanwege het ontbreken van een geldig verblijfsdocument. Na een eerdere uitspraak van de Raad werd deze uitkering alsnog toegekend voor de periode tot oktober 2000.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen het besluit van november 2006 ongegrond, omdat het besluit van de staatssecretaris van oktober 2000 onherroepelijk was geworden. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het besluit niet correct was bekendgemaakt, maar de Raad oordeelde dat dit de onaantastbaarheid van het besluit niet aantastte. Er was geen bewijs dat de staatssecretaris het besluit had herroepen of gewijzigd.
De Raad concludeert dat appellante rechtmatig in Nederland verbleef tot februari 2000 en dat haar aanvraag om voortgezette toelating tijdig was ingediend. Desondanks is het hoger beroep ongegrond verklaard en is de eerdere uitspraak bevestigd. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.