ECLI:NL:CRVB:2009:BI1274
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Intrekking WAO-uitkering wegens geschiktheid eigen werk penitentiair inrichtingswerker
Appellante ontving een WAO-uitkering die in 2005 werd ingetrokken omdat zij naar het oordeel van het UWV in staat was haar eigen werk als penitentiair inrichtingswerker te verrichten. Na bezwaar handhaafde het UWV de intrekking in 2006 op basis van een verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en aanvaardde de medische en arbeidskundige grondslagen.
In hoger beroep stelde het UWV dat de arbeidskundige grondslag niet langer houdbaar was en diende een nieuw besluit in (december 2008) waarin de mate van arbeidsongeschiktheid werd herzien naar 15-25%. De Centrale Raad van Beroep vernietigde het bestreden besluit van 2006 wegens een onvoldoende gemotiveerde arbeidskundige grondslag, maar verklaarde het nieuwe besluit van 2008 gegrond omdat dit gebaseerd was op dezelfde medische grondslag en een deugdelijke arbeidskundige beoordeling.
Appellante voerde aan dat zij niet kon werken in functies met alleen mannen vanwege angst en wantrouwen, maar de Raad vond hiervoor geen objectieve medische steun. De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten en griffierecht van appellante.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering van 30 maart 2006 wordt vernietigd, het latere besluit van 24 december 2008 wordt bevestigd.