ECLI:NL:CRVB:2009:BI1549
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- A.T. de Kwaasteniet
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks betwisting medische en arbeidskundige beoordeling
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van het Uwv om zijn WAO-uitkering, berekend op 80-100% arbeidsongeschiktheid, per 25 mei 2005 te herzien naar 15-25%. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard, stellende dat er geen aanleiding was om te twijfelen aan de vastgestelde belastbaarheid. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de medische beoordeling door verzekeringsarts Vonk zijn functionele mogelijkheden overschatte en dat andere artsen hem vanaf augustus 2005 volledig arbeidsongeschikt achtten.
De Raad overwoog dat het toestandsbeeld waarop de verhoging van de WAO-uitkering in augustus 2005 was gebaseerd, zich pas na de datum in geschil (25 mei 2005) had ontwikkeld. Ook was appellant pas eind augustus 2005 ziek gemeld vanuit een WW-uitkering. De medische en arbeidskundige rapportages boden geen aanwijzingen dat de functies die appellant zou kunnen vervullen medisch ongeschikt waren.
De Raad concludeerde dat de aangevallen uitspraak van de rechtbank Groningen bevestiging verdient en dat er geen grond is voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De herziening van de WAO-uitkering naar 15-25% arbeidsongeschiktheid per 25 mei 2005 blijft daarmee in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering naar 15-25% arbeidsongeschiktheid per 25 mei 2005.