ECLI:NL:CRVB:2009:BI1601
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van het Uwv om zijn WAO-uitkering per 9 juli 2006 in te trekken vanwege een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. De rechtbank had het beroep van appellant ongegrond verklaard en dit besluit wordt door de Centrale Raad van Beroep bevestigd.
Appellant voerde aan dat de herbeoordeling onterecht was, omdat zijn medische toestand ongewijzigd was en hij eerder slechts gedeeltelijk belastbaar was. Hij stelde dat het Uwv zorgvuldig psychiatrisch onderzoek had moeten verrichten voordat de uitkering werd ingetrokken. De Raad oordeelde dat de verzekeringsarts voldoende gemotiveerd had dat de vastgestelde belastbaarheid niet werd overschreden en dat het standpunt van appellant over het vereiste van onafhankelijk psychiatrisch onderzoek niet gevolgd kon worden.
De Raad vond dat de aangevoerde argumenten onvoldoende waren onderbouwd met medische gegevens om het oordeel te wijzigen. Er waren geen gronden om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De uitspraak van de rechtbank Zutphen van 27 augustus 2007 blijft daarmee in stand.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15% wordt bevestigd.