ECLI:NL:CRVB:2009:BI1725
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet opgeven werkzaamheden en schending inlichtingenverplichting
Appellant ontving vanaf 2 februari 2001 bijstand op grond van de WWB. Na een onderzoek van het Samenwerkingsverband Sociale Recherche Noord & Oost Groningen, waarbij dossieronderzoek, observaties en een verhoor plaatsvonden, bleek dat appellant sinds 2001 diverse werkzaamheden verrichtte, waaronder sloop- en verbouwingswerkzaamheden, het houden en verhandelen van schapen en het inzamelen en verkopen van metalen. Deze werkzaamheden had appellant niet gemeld aan het College, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld.
Het College besloot op 21 april 2006 de bijstand over september 2005 in te trekken en de bijstand over de periode van 2 februari 2001 tot 13 januari 2006 te herzien, met terugvordering van € 20.348,82. Het bezwaar van appellant werd ongegrond verklaard door het College en de rechtbank. In hoger beroep stelde appellant dat zijn werkzaamheden niet beroepsmatig waren en dat hij nauwelijks kon lezen of schrijven, waardoor hij geen administratie bijhield.
De Raad oordeelde dat de werkzaamheden onmiskenbaar op geld waardeerbaar waren en dat appellant de inlichtingenverplichting had geschonden. Appellant had geen deugdelijke administratie overgelegd en zijn stelling over beperkte geletterdheid werd niet aannemelijk geacht. Het College was bevoegd de bijstand in te trekken en terug te vorderen. Er waren geen bijzondere omstandigheden om van het beleid af te wijken. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking, herziening en terugvordering van bijstand bevestigd.