ECLI:NL:CRVB:2009:BI1795
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- J.F. Bandringa
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Beoordeling intrekking bijstandsuitkering en verlaging wegens belemmering re-integratie
Appellant ontving vanaf 24 juni 2003 een bijstandsuitkering met als opgegeven woonadres een adres te Eindhoven. Uit onderzoek bleek dat appellant gedurende de periode van 24 juni 2003 tot en met 20 april 2004 niet op dit adres woonde en vanaf 1 december 2003 tot en met 20 april 2004 in België verbleef. Op grond hiervan heeft het College de bijstandsuitkering ingetrokken en teruggevorderd.
Daarnaast heeft appellant tijdens een traject bij het re-integratiebedrijf Rework zonder toestemming verlof genomen om tegen vergoeding tuinwerkzaamheden te verrichten, hetgeen leidde tot een verlaging van zijn bijstandsuitkering met 25% gedurende één maand wegens belemmering van re-integratie.
De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat het College bevoegd was tot intrekking en terugvordering van de bijstand en dat de verlaging van de uitkering passend is gezien de verwijtbare lichte gedraging van appellant. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen en er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand worden bevestigd en de verlaging van de uitkering wegens belemmering van re-integratie gehandhaafd.