ECLI:NL:CRVB:2009:BI1882
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen de weigering van het UWV om haar een Wajong-uitkering toe te kennen, omdat zij volgens het UWV na afloop van de wachttijd minder dan 25% arbeidsongeschikt is. De rechtbank heeft dit besluit eerder bevestigd. In hoger beroep voert appellante aan dat zij meer beperkt is dan vastgesteld en dat zij de geduide functies niet voltijds kan vervullen.
De Raad overweegt dat de medische beoordeling door verzekeringsartsen van het UWV zorgvuldig is uitgevoerd en dat de beperkingen van appellante juist zijn vastgesteld in de Functionele Mogelijkheden Lijst. Nieuwe informatie over glutenintolerantie leidt niet tot twijfel aan deze vaststelling. Ten aanzien van de door appellante geclaimde urenbeperking is onvoldoende objectivering aanwezig om deze aan te nemen.
De Raad acht de motivatie voor de geschiktheid van de functies waarop het besluit is gebaseerd voldoende en concludeert dat het hoger beroep niet kan slagen. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en er is geen grond voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.