ECLI:NL:CRVB:2009:BI2247
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.L.M.J. Stevens
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning als burger-oorlogsslachtoffer wegens ontbreken blijvende invaliditeit
Appellante, geboren in 1931 in het voormalige Nederlands-Indië, diende in september 2006 een aanvraag in om erkend te worden als burger-oorlogsslachtoffer en in aanmerking te komen voor een periodieke uitkering op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945. De aanvraag werd afgewezen omdat, hoewel appellante door oorlogsgeweld was getroffen (internering in kamp Goentoer te Malang tijdens de Bersiap-periode), zij geen lichamelijk of psychisch letsel had opgelopen dat leidde tot blijvende invaliditeit in de zin van de Wet.
De Raad baseerde zich op medische adviezen van twee geneeskundig adviseurs die een psychiatrisch onderzoek en informatie van de huisarts hadden beoordeeld. Hoewel appellante psychische klachten zoals sporadisch voorkomende nachtmerries en huilbuien vertoonde, waren de beperkingen gering en niet blijvend. Lichamelijke klachten zoals visusproblemen en beroertes werden niet toegeschreven aan oorlogsgeweld maar aan andere oorzaken.
De Raad oordeelde dat het besluit van de verweerster deugdelijk was voorbereid en gemotiveerd en dat er geen aanwijzingen waren om het standpunt te betwijfelen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Tevens werd geen proceskostenvergoeding toegekend op grond van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van blijvende invaliditeit als gevolg van oorlogsgeweld.