ECLI:NL:CRVB:2009:BI2274
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herziening WAO-uitkering en vergoeding wegens overschrijding redelijke termijn
Appellant kreeg een WAO-uitkering toegekend wegens rugklachten met een arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Na een herbeoordeling in 2004 werd deze bij besluit van het UWV herzien naar 55-65%. Appellant maakte bezwaar, waarna de rechtbank in 2005 het besluit vernietigde wegens onvoldoende arbeidskundige onderbouwing, maar de medische grondslag bevestigde. Het UWV nam in 2006 een nieuw besluit op bezwaar.
De rechtbank verklaarde in 2008 het beroep gegrond en vernietigde het besluit, waarbij zij de medische onderbouwing als vaststaand beschouwde en de arbeidskundige toelichting voldoende achtte. Appellant voerde hoger beroep met onder meer het standpunt dat zijn medische beperkingen onjuist waren vastgesteld en dat hij benadeeld was door toepassing van het oude Schattingsbesluit.
De Raad overwoog dat de medische beoordeling onherroepelijk vaststaat en dat er geen nieuwe medische gegevens zijn. De arbeidskundige beoordeling en geschiktheid van functies werden bevestigd. Benadeling werd ontkend omdat beoordeling plaatsvond op basis van het oude Schattingsbesluit.
Verder stelde de Raad vast dat de totale procedure bijna vijf jaar duurde, waarbij de bezwaarprocedure bijna 14 maanden in beslag nam, wat een overschrijding van de redelijke termijn in de bestuurlijke fase betekent. Het UWV kon dit niet verontschuldigen. Daarom kende de Raad een immateriële schadevergoeding van €1.000 toe aan appellant wegens deze overschrijding.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de medische beoordeling en veroordeelt het UWV tot betaling van €1.000 schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.