ECLI:NL:CRVB:2009:BI2278
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit herziening WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidskundige onderbouwing
Appellante ontving sinds 1998 een WAO-uitkering, die in 2006 werd ingetrokken door het Uwv. De rechtbank Groningen verklaarde het beroep van appellante tegen deze intrekking ongegrond, waarbij zij de medische beperkingen en de geschiktheid van de functies zoals vastgesteld in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) onderschreef.
Appellante betwistte de juistheid van de medische beperkingen, maar de Raad volgde de rechtbank in haar oordeel dat de medische informatie voldoende was onderbouwd en dat de door appellante overgelegde aanvullende medische verklaringen geen aanleiding gaven tot twijfel.
Wat betreft het arbeidskundige aspect oordeelde de Raad dat de bezwaararbeidsdeskundige in hoger beroep een nadere toelichting gaf, waarbij de functie van bode-bezorger werd vervallen verklaard. Desondanks bleef de functie van keukenhulp geschikt geacht en werd het resultaat van de schatting niet gewijzigd. De Raad concludeerde dat het bestreden besluit pas in hoger beroep van een afdoende arbeidskundige onderbouwing was voorzien.
Daarom vernietigde de Raad het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak, maar bepaalde dat de rechtsgevolgen van het besluit volledig in stand blijven. Tevens veroordeelde de Raad het Uwv tot vergoeding van de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak worden vernietigd wegens onvoldoende arbeidskundige onderbouwing, maar de rechtsgevolgen van het besluit blijven volledig in stand.