ECLI:NL:CRVB:2009:BI2305
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na beoordeling medische en arbeidskundige beperkingen
Appellante maakte bezwaar tegen de verlaging van haar WAO-uitkering, waarbij het UWV haar arbeidsongeschiktheid had vastgesteld op 15 tot 25% vanaf 16 mei 2006, een verlaging ten opzichte van de eerdere 35 tot 45%.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit omdat de geschiktheid van de voorgehouden functies pas in beroep voldoende was toegelicht, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Appellante voerde aan dat haar beperkingen, waaronder rug-, nek- en whiplashklachten en aandacht- en concentratiestoornissen, te licht waren ingeschat.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat de medische gegevens en de beoordeling van de verzekeringsartsen voldoende waren en dat er geen nieuwe medische gegevens waren die aanleiding gaven tot twijfel aan deze bevindingen. De Raad onderschreef het oordeel dat appellante met haar beperkingen in staat is de werkzaamheden van de voorgehouden functies te verrichten.
Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er waren geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 24 april 2009.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de verlaging van de WAO-uitkering op basis van een juiste medische en arbeidskundige beoordeling.