ECLI:NL:CRVB:2009:BI2314
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking WAO-uitkering wegens onjuiste medische grondslag
Appellante kreeg een WAO-uitkering die door het UWV werd ingetrokken op grond van een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. De rechtbank verklaarde het besluit tot intrekking terecht, maar appellante ging in hoger beroep.
De Raad schakelde een deskundige in die concludeerde dat het beeld van de psychiatrische stoornis onduidelijk is en dat klinische observatie nodig is, maar appellante kon hieraan niet meewerken. De Raad stelde vast dat de medische beperkingen ten aanzien van concentratie en solitair werk niet juist waren meegenomen, waardoor de belastbaarheid werd overschat.
De arbeidskundige beoordeling bleef echter overeind, waarbij meerdere geschikte functies werden vastgesteld. De Raad vernietigde het besluit en de uitspraak van de rechtbank, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens onjuiste medische grondslag, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.