ECLI:NL:CRVB:2009:BI2491
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, werkzaam als all-round medewerker/chauffeur, viel uit wegens nekklachten en werd onderzocht in het kader van de Wet WIA. De verzekeringsarts concludeerde beperkingen door rug-, nek- en knieklachten en stelde een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) op. De arbeidsdeskundige berekende een arbeidsongeschiktheidspercentage van minder dan 35%, waardoor het UWV de WIA-uitkering weigerde.
Appellant maakte bezwaar en bracht aanvullende medische informatie in, waaronder van zijn huisarts en neuroloog. De bezwaarverzekeringsarts beoordeelde deze informatie en vond geen aanleiding om de FML of het arbeidsongeschiktheidspercentage te wijzigen. De rechtbank vernietigde het besluit vanwege een fout in de maatmanomvang, maar liet de rechtsgevolgen in stand omdat het arbeidsongeschiktheidspercentage ook met de juiste maatmanomvang onder 35% bleef.
In hoger beroep richtte appellant zich alleen op het medisch onderzoek, stellende dat het onzorgvuldig was vanwege het ontbreken van recente informatie uit de behandelende sector. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de bezwaarverzekeringsarts wel degelijk recente informatie had meegewogen en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er waren geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.