ECLI:NL:CRVB:2009:BI2719
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- Rechtspraak.nl
Geen recht op kinderbijslag wegens ontbreken woonplaats in Nederland en schending inlichtingenplicht
Appellant vorderde kinderbijslag over de kwartalen van 2005 en 2006, maar de Sociale verzekeringsbank (Svb) stelde dat hij niet als verzekerde in de zin van de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) kon worden aangemerkt. De rechtbank wees het beroep af en appellant ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad overwoog dat het middelpunt van het maatschappelijk leven van appellant niet in Nederland lag, mede gelet op zijn verblijf in Marokko, zijn eigen verklaringen en het feit dat hij niet aan de loonbelasting in Nederland werd onderworpen. Het feit dat appellant in Nederland stond ingeschreven en een woning huurde, was onvoldoende om te concluderen dat hij in Nederland woonde.
Verder werd vastgesteld dat appellant de inlichtingenplicht had geschonden door de Svb niet te informeren over zijn gewijzigde woonsituatie. De Svb had op grond van het beleid en de wettelijke bepalingen terecht de kinderbijslag met terugwerkende kracht ingetrokken en een boete opgelegd. Er waren geen dringende redenen om van terugvordering of boete af te zien.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Appellant heeft geen recht op kinderbijslag; terugvordering en boete zijn terecht opgelegd.