Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2009:BI2984

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
1 mei 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07-6468 WAO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Herziening
Rechters
  • J.W. Schuttel
  • C.W.J. Schoor
  • J.F. Bandringa
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:88 AwbArt. 21 Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot herziening van uitspraak inzake vergoeding proceskosten Psychosofia-rapportage

Verzoekster heeft bij de Centrale Raad van Beroep verzocht om herziening van een uitspraak van 21 augustus 2007, waarin haar verzoek tot vergoeding van kosten voor een rapportage van Instituut Psychosofia werd afgewezen. De Raad bevestigde toen dat deze kosten niet als proceskosten vergoed konden worden omdat het primaire besluit niet ernstig gebrekkig was.

In het herzieningsverzoek stelt verzoekster dat sprake is van een kennelijke misslag en nieuwe feiten en omstandigheden, met name dat de Raad bij de beoordeling een onjuist toetsingskader hanteerde. De Raad benadrukt echter dat herziening slechts mogelijk is op basis van nieuwe feiten of omstandigheden die voorheen niet bekend waren en die tot een andere uitspraak zouden kunnen leiden.

Na onderzoek en zitting concludeert de Raad dat verzoekster geen nieuwe feiten of omstandigheden heeft aangedragen die aan deze criteria voldoen. De aangevoerde argumenten betreffen een hernieuwde discussie over de zaak en de juistheid van de eerdere uitspraak, hetgeen niet is toegestaan.

Daarom wijst de Centrale Raad van Beroep het verzoek om herziening af en ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.

Uitspraak

07/6468 WAO
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet op het verzoek om herziening van:
[Verzoekster], wonende te [woonplaats] (hierna: verzoekster),
van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 21 augustus 2007, 05/4831 WAO,
in het geding in hoger beroep tussen:
verzoekster
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 1 mei 2009
I. PROCESVERLOOP
Namens verzoekster heeft mr. W.C. de Jonge, advocaat te Vlaardingen, verzocht om herziening van de uitspraak van de Raad van 21 augustus 2007, 05/4831 WAO.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 20 maart 2009. Namens verzoekster is verschenen mr. De Jonge, voornoemd. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door drs. J. Hut.
II. OVERWEGINGEN
1. Op grond van artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), in verbinding met artikel 21 van Pro de Beroepswet, kan een onherroepelijk geworden uitspraak van de Raad, op verzoek van een partij, worden herzien op grond van feiten of omstandigheden die:
a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,
b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en
c. waren zij bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.
2. Bij de uitspraak waarvan thans herziening wordt verzocht, heeft de Raad de uitspraak van de rechtbank Breda van 20 juni 2005, 05/35, met verbetering van gronden, bevestigd. De Raad heeft daarbij overwogen dat de kosten van de in bezwaar overgelegde rapportages van mevrouw Verhage, directrice van het Instituut Psychosofia, niet als proceskosten voor vergoeding in aanmerking komen omdat niet gezegd kon worden dat het primaire besluit van 17 december 2001 dermate ernstige gebreken vertoonde dat daarbij tegen beter weten in een onrechtmatig besluit is genomen.
3. Het verzoek om herziening is uitsluitend gericht tegen de weigering om de kosten van de door Instituut Psychosofia uitgebrachte rapportage voor vergoeding in aanmerking te brengen. In het verzoekschrift en ter zitting van de Raad heeft de gemachtigde van verzoekster betoogd dat er wel reden is om deze kosten te vergoeden. Zij stelt zich daarbij op het standpunt dat sprake is van een kennelijke misslag in ’s Raads uitspraak van 21 augustus 2007 en dat sprake is van nieuwe feiten en omstandigheden, nu de Raad in die uitspraak bij de beoordeling inzake de vergoeding van de in overweging 2 vermelde kosten bezwaarfase gemaakte kosten van een onjuist toetsingskader is uitgegaan.
4. Zoals de Raad reeds eerder heeft overwogen, onder meer in zijn uitspraak van 3 oktober 2003, LJN AN7982, is het (bijzondere) rechtsmiddel van herziening niet gegeven om anders dan op grond van enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid als bedoeld in artikel 8:88 van Pro de Awb in verbinding met artikel 21 van Pro de Beroepswet, een hernieuwde discussie over de betrokken zaak te voeren en evenmin om een discussie over de juistheid van de betrokken uitspraak te openen. De Raad is niet gebleken dat namens verzoekster enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid, zoals bedoeld in artikel 8:88 van Pro de Awb, naar voren is gebracht. De door de gemachtigde van verzoekster aangehaalde omstandigheden kunnen niet als zodanig worden aangemerkt.
5. Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Wijst het verzoek om herziening af.
Deze uitspraak is gedaan door J.W. Schuttel als voorzitter en C.W.J. Schoor en J.F. Bandringa als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van J.M. Tason Avila als griffier, uitgesproken in het openbaar op 1 mei 2009.
(get.) J.W. Schuttel.
(get.) J.M. Tason Avila.
KR