ECLI:NL:CRVB:2009:BI2999
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- H. Bolt
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende medische grondslag
Appellante kreeg haar WAO-uitkering ingetrokken omdat haar arbeidsongeschiktheid volgens het UWV minder dan 15% bedroeg. Na bezwaar en beroep werd het onderzoek naar haar beperkingen heropend en een onafhankelijke deskundige benoemd. Deze concludeerde dat appellante ernstig beperkt is door een persoonlijkheidsstoornis, met name in het verdelen van aandacht en sociaal functioneren.
Het UWV paste de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) aan, maar bleef uitgaan van een te ruime belastbaarheid. De Raad volgde de onafhankelijke deskundige en stelde vast dat het besluit een onvoldoende medische grondslag heeft. De eerdere uitspraak van de rechtbank werd vernietigd wegens procedurele tekortkomingen.
De Raad beveelt het UWV aan om met inachtneming van de bevindingen een nieuwe beslissing te nemen en veroordeelt het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende medische grondslag en het UWV wordt opgedragen een nieuwe beslissing te nemen.