ECLI:NL:CRVB:2009:BI3003
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- H. Bolt
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering wegens onvoldoende medische grondslag en onjuiste functietoekenning
Appellante had een WAO-uitkering die per 2 februari 2005 werd ingetrokken omdat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 15% zou zijn. Het UWV baseerde dit op een verzekeringsartsrapport en een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) waarin beperkingen waren vastgesteld. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat het moment van herbeoordeling medisch en procedureel juist was.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar psychische beperkingen ernstiger waren dan in de FML vermeld en dat een urenbeperking noodzakelijk was. Een psychiatrisch rapport stelde een matig tot lichte depressieve stoornis vast en adviseerde een urenbeperking van 20 uur per week. De bezwaarverzekeringsarts en de Raad vonden deze beperking onvoldoende onderbouwd en niet in overeenstemming met de medische gegevens.
De Raad stelde vast dat de functie van medewerker postkamer niet geschikt was vanwege de fysieke tilbeperkingen van appellante, ondanks het standpunt van de arbeidsdeskundige. De Raad baseerde de arbeidsongeschiktheidspercentageberekening daarom op andere functies en bepaalde een percentage van 15 tot 25%. De Raad vernietigde het bestreden besluit, herroept het intrekkingsbesluit en veroordeelde het UWV tot betaling van wettelijke rente en proceskosten.
Uitkomst: Appellante krijgt een WAO-uitkering van 15 tot 25% arbeidsongeschiktheid vanaf 2 februari 2005 met vergoeding van wettelijke rente en proceskosten.