ECLI:NL:CRVB:2009:BI3075
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Weigering herziening WAO-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten of omstandigheden
Betrokkene, een beroepschauffeur, meldde zich arbeidsongeschikt en kreeg een WAO-uitkering toegekend met een mate van arbeidsongeschiktheid van 45 tot 55%. Het UWV herzag deze uitkering in 2005 naar 15 tot 25% arbeidsongeschiktheid. Betrokkene verzocht later om herziening van dit besluit op grond van een uitspraak van de rechtbank Breda die de maximering van de maatman uren ter discussie stelde.
De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en bepaalde dat het UWV een nieuwe beslissing moest nemen, waarbij het uitging van een maatman van 55 uur in plaats van 38 uur. Het UWV stelde echter dat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die herziening rechtvaardigden en stelde bezwaar tegen dit oordeel.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de nieuwe jurisprudentie niet leidend is voor een rechtens onaantastbaar geworden besluit en dat het bezwaarbesluit van het UWV terecht was. De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank Arnhem en verklaarde het beroep tegen het bezwaarbesluit ongegrond. Er werd geen aanleiding gezien voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het bezwaarbesluit van het UWV wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank Arnhem vernietigd.