ECLI:NL:CRVB:2009:BI3108
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geschiktheid voor functies telefoniste en assistent consultatiebureau na ZW-beoordeling
Appellant meldde zich op 12 september 2006 ziek vanwege klachten gerelateerd aan de ziekte van Ménière en ontving toen een WAO-uitkering met een WW-uitkering. Het UWV besloot op 9 november 2006 dat appellant geschikt was voor geselecteerde functies en stopte het ziekengeld per 13 november 2006. Appellant maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard, waarna de rechtbank het beroep eveneens ongegrond verklaarde.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat het UWV onvoldoende onderzoek had gedaan naar beperkingen die voortvloeien uit een herindicatie voor de WSW en dat het UWV niet had gemotiveerd waarom deze beperkingen niet van toepassing zijn. Hij overhandigde medische brieven van een KNO-arts en een radioloog en verzocht om benoeming van een onafhankelijke deskundige.
De Raad overwoog dat volgens vaste jurisprudentie de beoordeling moet uitgaan van de in 2003 geselecteerde functies die medisch en arbeidskundig passend zijn bevonden. De Raad vond geen aanleiding om het oordeel van de rechtbank te wijzigen of het medische onderzoek onzorgvuldig te achten. De functies telefoniste en assistent consultatiebureau vereisen geen autorijden of werken met machines, en appellant kan zich vervoeren met openbaar vervoer of laten brengen.
De Raad concludeerde dat appellant geschikt is voor genoemde functies en bevestigde de aangevallen uitspraak. Er was geen reden om een deskundige te benoemen of het besluit van het UWV te herzien.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geschikt is voor de functies telefoniste en assistent consultatiebureau en geen recht meer heeft op ziekengeld.