ECLI:NL:CRVB:2009:BI3119
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek
Appellant, voormalig productiemedewerker, viel uit wegens longklachten, rug-, hoofdpijn en depressieve klachten en ontving vanaf 1998 een WAO-uitkering van 80-100%.
Na herbeoordeling door verzekeringsarts en arbeidsdeskundigen concludeerde het UWV dat appellant minder dan 15% arbeidsongeschikt was en trok de uitkering per 7 december 2005 in. Appellant maakte bezwaar en stelde dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn beperkingen en dat de geduide functies ongeschikt waren, mede vanwege zijn geloofsovertuiging.
De rechtbank vernietigde het besluit wegens onvoldoende onderkenning van 'verstopte' beperkingen en gaf het UWV opdracht een nieuw besluit te nemen. Na aanvullend onderzoek bevestigde het UWV het besluit. De Raad overweegt dat het medisch onderzoek zorgvuldig was, de beperkingen adequaat in de FML zijn verwerkt en dat de geduide functies passend zijn. De persoonlijke geloofsovertuiging van appellant speelt geen rol bij de theoretische schatting van arbeidscapaciteit.
Het hoger beroep faalt en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de WAO-uitkering bevestigd.