ECLI:NL:CRVB:2009:BI3133
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring beroep heropening WAO-uitkering wegens ontbreken procesbelang
Appellant diende een aanvraag in voor heropening van zijn WAO-uitkering met terugwerkende kracht tot 1 oktober 2001, nadat zijn uitkering was beëindigd wegens het niet aanleveren van gevraagde informatie. Het UWV heropende de uitkering per 22 september 2003 en stelde de mate van arbeidsongeschiktheid vast op 80 tot 100%.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het besluit van 28 april 2005 ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het beroep tegen dit besluit niet-ontvankelijk had moeten worden verklaard vanwege het ontbreken van procesbelang, aangezien het geschil over de mate van arbeidsongeschiktheid en het dagloon reeds was beslecht in eerdere uitspraken.
Verder stelde de Raad vast dat de procedure minder dan vier jaar duurde, zodat geen sprake was van schending van de redelijke termijn. Het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant in beroep en hoger beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot heropening van de WAO-uitkering wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.