ECLI:NL:CRVB:2009:BI3546
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Vernietiging UWV-besluiten herziening WAO-uitkering en weigering ziekengeld wegens onjuiste maatstaf arbeid
Appellant ontvangt sinds 1992 een WAO-uitkering die in 2004 en 2005 is herzien op basis van medische en arbeidskundige onderzoeken. Het UWV stelde beperkingen vast en berekende het verlies aan verdiencapaciteit, waarna de WAO-uitkering werd aangepast. Appellant maakte bezwaar tegen de herziening en tegen de weigering van ziekengeld.
De rechtbank benoemde een onafhankelijke deskundige die het medisch oordeel van het UWV bevestigde en concludeerde dat appellant geschikt was voor bepaalde functies. De Raad volgde dit oordeel, maar oordeelde dat het UWV pas in hoger beroep voldoende inzicht had gegeven in de geschiktheid van de functies, waardoor de besluiten vernietigd moesten worden, met in standhouding van de rechtsgevolgen.
Ten aanzien van de weigering van ziekengeld stelde de Raad vast dat het UWV bij de beoordeling een onjuiste maatstaf arbeid had gehanteerd door functies te gebruiken die niet overeenkwamen met de laatstelijk voor ziekmelding verrichte arbeid. Daarom werd ook dit besluit vernietigd en werd het UWV opgedragen een nieuw besluit te nemen.
De Raad veroordeelde het UWV in de proceskosten van appellant voor zowel beroep als hoger beroep en bepaalde dat het betaalde griffierecht aan appellant wordt vergoed. De uitspraak bevestigt de noodzaak van zorgvuldige functieselectie en juiste maatstaf arbeid bij herbeoordelingen in sociale zekerheidszaken.
Uitkomst: De besluiten van het UWV worden vernietigd wegens onjuiste maatstaf arbeid, met in standhouding van rechtsgevolgen en veroordeling in proceskosten.