ECLI:NL:CRVB:2009:BI3548
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Ch. van Voorst
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongewijzigde voortzetting WAO-uitkering ondanks bezwaar appellant
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV tot voortzetting van zijn WAO-uitkering in de arbeidsongeschiktheidsklasse 25 tot 35%. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond wegens onvoldoende motivering over de geschiktheid van functies die appellant zou kunnen vervullen en gaf het UWV opdracht een nieuw besluit te nemen.
Het UWV nam vervolgens een nieuw besluit, gebaseerd op dezelfde medische grondslag, waarin werd vastgesteld dat appellant zijn voormalige functie niet meer kan vervullen, maar wel geschikt is voor drie andere functies. Appellant betwistte met name de functie van machinebediende vanwege de frequentie van nek- en hoofdbewegingen.
De Raad overwoog dat de medische beperkingen voldoende waren vastgesteld en dat de aanvullende arbeidskundige rapporten de geschiktheid voor de functies onderbouwden. De Raad concludeerde dat de frequentie en hoek van de nek- en hoofdbewegingen binnen aanvaardbare grenzen blijven en dat het motiveringsgebrek was hersteld.
De Raad verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de aangevallen uitspraak, waarmee de ongewijzigde voortzetting van de WAO-uitkering werd gehandhaafd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot ongewijzigde voortzetting van de WAO-uitkering en verklaart het beroep ongegrond.