ECLI:NL:CRVB:2009:BI3550
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten en toegenomen arbeidsongeschiktheid
Appellante verzocht het UWV om terug te komen op de intrekking van haar WAO-uitkering per 8 juni 2003. Het UWV wees dit verzoek af omdat niet was gebleken van nieuwe feiten of omstandigheden die het besluit konden wijzigen. Zowel de rechtbank als de Centrale Raad van Beroep onderschreven dit oordeel.
Appellante voerde aan dat haar arbeidsongeschiktheid per 1 november 2003 was toegenomen door lage rugklachten met uitstraling naar het rechterbeen en stelde dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was, onder meer omdat mogelijke posttraumatische dystrofie niet was onderzocht en bevindingen van een WSW-beschikking niet waren meegewogen.
De Raad oordeelde dat appellante geen medische onderbouwing had geleverd waaruit een afname van haar belastbaarheid ten opzichte van 8 juni 2003 kon worden afgeleid. De mogelijke diagnose PTD was niet vastgesteld door haar behandelaars en een diagnose op zich betekent geen beperking. Ook waren de WSW-bevindingen volgens de Raad terecht niet meegenomen. De aangevallen uitspraken werden bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering wegens het ontbreken van nieuwe feiten en toegenomen arbeidsongeschiktheid.