ECLI:NL:CRVB:2009:BI3555
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks bezwaar appellant
Appellant maakte bezwaar tegen de herziening van zijn WAO-uitkering, die was verlaagd van 80-100% naar 25-35% arbeidsongeschiktheid per 1 januari 2006. Hij voerde aan dat zijn arbeidsbeperkingen ernstiger waren dan het UWV had vastgesteld, met name vanwege klachten aan beide schouders en zijn voet.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond, vernietigde het bestreden besluit, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. De rechtbank vond dat het besluit pas in de beroepsfase voldoende was gemotiveerd.
In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank bevestigd. De Raad vond geen aanleiding om af te wijken van de medische en arbeidskundige grondslagen van het UWV. Het bezwaar over de voetklachten werd overtuigend weerlegd door de bezwaarverzekeringsarts. De FML van 31 januari 2006 houdt volgens de Raad voldoende rekening met de belastbaarheid van appellant.
De Raad concludeert dat de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten, moet worden bevestigd en dat er geen grond is voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering en verklaart het hoger beroep ongegrond.