ECLI:NL:CRVB:2009:BI3576
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing AOW-pensioen op grond van niet-verzekerde periode na 2000
Appellant, geboren in 1942 en woonachtig in Marokko, vroeg in 2006 een AOW-pensioen aan. De Sociale verzekeringsbank (Svb) kende hem een AOW-pensioen toe van 42% van het volledige bedrag, omdat hij niet verzekerd was geweest in de periode van 1 juli 1957 tot 31 december 1978 en van 1 januari 2000 tot 30 juni 2007. Appellant was vanaf 1998 met behoud van WAO-uitkering teruggekeerd naar Marokko en woonde en werkte sindsdien niet meer in Nederland.
Appellant maakte bezwaar tegen het niet meenemen van de periode na 2000 in de berekening van zijn AOW-pensioen, stellende dat het pensioen onvoldoende was om in zijn levensbehoefte te voorzien. De Svb verklaarde het bezwaar ongegrond en ook de rechtbank Amsterdam wees het beroep af.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant op grond van artikel 6, eerste lid, AOW niet als verzekerd kon worden aangemerkt na zijn vertrek uit Nederland in 1998. De mogelijkheid tot vrijwillige verzekering vanaf 1 januari 2000 was niet benut. De Raad bevestigde dat de Svb terecht de niet-verzekerde jaren niet heeft meegerekend bij de pensioenberekening. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.