ECLI:NL:CRVB:2009:BI3598
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Ch. van Voorst
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende rekening houden met beperkingen
Appellante is sinds 1998 volledig arbeidsongeschikt verklaard vanwege lichamelijke en psychische klachten. Het UWV trok haar WAO-uitkering per 3 februari 2006 in, waarna de rechtbank dit besluit in 2006 bevestigde. In hoger beroep stelt appellante dat haar functionele mogelijkheden zijn overschat, onderbouwd met een onderzoek van een deskundige, Kemperman.
De Raad heeft na aanvullend deskundigenonderzoek vastgesteld dat het UWV de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) heeft aangepast, maar niet volledig rekening hield met alle beperkingen, zoals het vermijden van werk met verhoogd persoonlijk risico en conflicthantering. De Raad oordeelt dat de drie overgebleven functies passend zijn en dat de beperkingen van appellante daarin voldoende zijn meegenomen.
De Raad vernietigt het bestreden besluit wegens strijd met artikel 7:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, verklaart het beroep gegrond, maar bepaalt dat de rechtsgevolgen van het besluit in stand blijven. Tevens veroordeelt de Raad het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan appellante.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering is vernietigd wegens onvoldoende rekening houden met beperkingen, maar de rechtsgevolgen van het besluit blijven in stand.