ECLI:NL:CRVB:2009:BI3647

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
16 april 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07/2805 AKW-E
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:8 AwbArt. 6:9 AwbArt. 6:11 AwbAlgemene Kinderbijslagwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens termijnoverschrijding zonder verschoonbare omstandigheden

Appellante diende een bezwaarschrift in tegen het besluit van de Sociale verzekeringsbank (Svb) waarbij de kinderbijslag voor haar zoon werd stopgezet omdat hij 18 jaar was geworden. Het bezwaarschrift werd echter na de wettelijke termijn van zes weken ingediend. De Svb verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding.

Appellante stelde in hoger beroep dat er bijzondere omstandigheden waren die het te laat indienen van het bezwaarschrift zouden rechtvaardigen. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de wettelijke termijn van zes weken, die begint te lopen de dag na bekendmaking van het besluit, was overschreden en dat er geen verschoonbare omstandigheden waren die het verzuim konden rechtvaardigen.

De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank Amsterdam die het bezwaar ongegrond verklaarde. Tevens wees de Raad een verzoek tot vergoeding van proceskosten af. De uitspraak werd gedaan door rechter T.L. de Vries op 16 april 2009.

Uitkomst: Het bezwaar van appellante wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het te laat indienen zonder verschoonbare omstandigheden.

Uitspraak

07/2805 AKW-E
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellante], wonende te [woonplaats], Marokko (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 11 januari 2007, 05/4918 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb).
Datum uitspraak: 16 april 2009
I. PROCESVERLOOP
Appellante heeft hoger beroep ingesteld bij de rechtbank Amsterdam.
De rechtbank heeft het hoger beroepschrift met toepassing van artikel 6:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht aan de Raad doorgezonden.
De Svb heeft een verweerschrift ingediend.
Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.
II. OVERWEGINGEN
De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.
Bij besluit van 27 mei 2005 is aan appellante medegedeeld dat met ingang van het derde kwartaal van 2005 geen recht meer bestaat op kinderbijslag ingevolge de Algemene Kinderbijslagwet voor haar zoon [Z.], omdat hij op de eerste dag van dat kwartaal 18 jaar is geworden.
Bij besluit van 22 september 2005 (hierna: bestreden besluit) heeft de Svb het tegen het besluit van 27 mei 2005 gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.
De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
Zij heeft daartoe overwogen dat appellante geen bijzondere omstandigheden heeft aangevoerd op grond waarvan het te laat indienen van het bezwaarschrift verschoonbaar dient te worden geacht.
Appellante heeft zich in hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak gekeerd.
De Raad overweegt als volgt.
Ingevolge artikel 6:7 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bedraagt de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift zes weken. Ingevolge artikel 6:8, eerste lid, van de Awb vangt de termijn aan met ingang van de dag na die waarop het besluit op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt. Ingevolge artikel 6:9, eerste lid, van de Awb is een bezwaarschrift tijdig ingediend wanneer het voor het einde van de termijn is ontvangen. Nu het primaire besluit is verzonden op 27 mei 2005, was de uiterste datum van indienen van het bezwaarschrift 8 juli 2005. Het bezwaarschrift is door de Svb ontvangen op 22 juli 2005. De Raad stelt vast dat hiermee de bezwaartermijn is overschreden.
Vervolgens dient de vraag te worden beantwoord of er aanleiding bestaat om de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten. Ingevolge artikel 6:11 van Pro de Awb blijft niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar op grond van termijnoverschrijding achterwege, indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener van het bezwaarschrift in verzuim is geweest. De Raad ziet in het onderhavige geval geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 6:11 van Pro de Awb.
De aangevallen uitspraak komt derhalve voor bevestiging in aanmerking.
Voor een veroordeling tot vergoeding van proceskosten ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door T.L. de Vries. De beslissing is, in tegenwoordigheid van W. Altenaar als griffier, uitgesproken in het openbaar op 16 april 2009.
(get.) T.L. de Vries.
(get.) W. Altenaar.
III. DÉCISION
La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale);
statue:
confirme la décision attaquée.
Par conséquent, décidée par T.L. de Vries en présence de W. Altenaar en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 16 avril 2009.