ECLI:NL:CRVB:2009:BI3736
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering per 29 augustus 2006 in te trekken wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat haar medische situatie, met name haar alcoholafhankelijkheid, niet juist was beoordeeld en dat zij de geselecteerde functies niet kon vervullen. Zij verzocht tevens om benoeming van een deskundige.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het onderzoek door de verzekeringsartsen zorgvuldig was en dat de beperkingen in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) volledig en juist waren vastgesteld. De Raad vond geen aanleiding om een deskundige te benoemen. Hoewel een psychiater in 2008 alcoholafhankelijkheid vaststelde, was er geen bewijs dat deze situatie in 2006 al zodanig ernstig was dat meer beperkingen gerechtvaardigd waren.
De Raad concludeerde dat de belastbaarheid van appellante adequaat was vastgesteld en dat de functies die zij kon vervullen passend waren. Daarom werd de uitspraak van de rechtbank bevestigd en bleef de intrekking van de WAO-uitkering van kracht. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedraagt en de beperkingen juist zijn vastgesteld.