ECLI:NL:CRVB:2009:BI3764
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering ondanks beperkte arbeidsmogelijkheden
Appellante viel begin september 2002 uit voor haar werk als medewerker gehandicaptenvervoer en vroeg een WAO-uitkering aan. Het UWV wees deze uitkering af, een besluit dat bij bezwaar en vervolgens bij de rechtbank werd bevestigd. De rechtbank liet een deskundige, een revalidatie-arts, appellante onderzoeken. Deze arts achtte appellante geschikt voor de geselecteerde WAO-functies, maar meende dat zij vanwege fibromyalgie en het Chronisch Vermoeidheidssyndroom niet 40 uur per week kon werken.
De rechtbank verwierp de urenbeperking omdat deze niet objectief medisch was vastgesteld. De Centrale Raad van Beroep overwoog dat de maatstaf voor arbeid ieder van de geselecteerde functies afzonderlijk is en dat sommige functies, zoals acquisiteur, in deeltijd worden verricht. Gezien de urenbeperking van ongeveer 9 uur per week, werd appellante geacht deze functie te kunnen vervullen.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. Appellante was niet verschenen bij de zitting van 1 april 2009. De uitspraak werd gedaan op 13 mei 2009 door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geen WAO-uitkering toekomt omdat zij in staat wordt geacht een geselecteerde deeltijdfunctie te verrichten.