ECLI:NL:CRVB:2009:BI3767
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAJONG-uitkering wegens ontbreken onafgebroken arbeidsongeschiktheid
Appellante verzocht om een WAJONG-uitkering met ingang van 1 juni 1986, maar het UWV weigerde deze omdat zij vanaf 1 juni 1985 niet 52 weken onafgebroken arbeidsongeschikt was geweest. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat haar belastbaarheid onjuist was vastgesteld. Zij verwees onder meer naar rapporten van haar huisarts, behandelende sector, Psychosofia en Aob Compaz.
De Raad overwoog dat de weigering beoordeeld moet worden aan de hand van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW) zoals die op de datum in geding gold. De Raad vond het medisch onderzoek van de (bezwaar)verzekeringsartsen zorgvuldig en achtte de belastbaarheid juist vastgesteld. Rapporten van Psychosofia werden op grond van vaste jurisprudentie niet meegewogen. Verder bleek uit de stukken en verklaringen dat appellante tussen 1989 en 1997 acht jaren fulltime heeft gewerkt zonder meer dan gebruikelijk verzuim.
De indicatie voor WSW-arbeid en rapportage van Aob Compaz konden geen ander oordeel rechtvaardigen omdat deze onderzoeken vanuit een ander wettelijk kader waren verricht. De Raad concludeerde dat appellante op de datum in geding niet als arbeidsongeschikt in de zin van de AAW kon worden beschouwd en bevestigde daarom de aangevallen uitspraak. Er werden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAJONG-uitkering wegens het ontbreken van 52 weken onafgebroken arbeidsongeschiktheid.