ECLI:NL:CRVB:2009:BI3817
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- T. Hoogenboom
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering op grond van praktische schatting arbeidsongeschiktheid
Appellante was gedeeltelijk arbeidsongeschikt en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde op basis van een praktische schatting vast dat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedroeg, waardoor geen recht op een WIA-uitkering ontstond. Appellante maakte bezwaar en startte een procedure bij de rechtbank, die het besluit van het UWV bevestigde.
In hoger beroep betoogde appellante dat de praktische schatting in strijd was met de Wet WIA, die volgens haar uitgaat van een theoretische schatting van het verdienvermogen. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat artikel 9 van Pro het Schattingsbesluit, dat de praktische schatting mogelijk maakt, niet in strijd is met de Wet WIA. De Raad wees erop dat het niet aan de bestuursrechter is om te beoordelen of deze bepaling bijdraagt aan het doel van de wet.
Verder verwierp de Raad het argument van appellante dat het stelsel van praktische schatting ertoe kan leiden dat verzekerden minder gaan werken dan zij kunnen. Ook haar verwijzing naar artikel 56 van Pro de Wet WIA, dat ziet op het beëindigen van WGA-uitkeringen bij werkhervatting, was niet relevant omdat zij geen recht op een WIA-uitkering had.
De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde geen van de partijen in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering op basis van een praktische schatting van arbeidsongeschiktheid.