Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2009:BI3882

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
7 mei 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08-67 AW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • J.G. Treffers
  • G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
  • K.J. Kraan
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:29 AwbArt. 21 BeroepswetArt. 12 Procesregeling bestuursrechtelijke colleges
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling verzoek tot beperking kennisneming stukken in bestuursrechtelijk hoger beroep

Appellant, de korpsbeheerder van de politieregio, stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Haarlem. Naar aanleiding van een beroep op het gelijkheidsbeginsel door betrokkene, verstrekte appellant in een bijlage bij een brief nadere inlichtingen over de bedoelde gevallen. Appellant verzocht de Raad om deze bijlage niet aan betrokkene ter kennis te brengen op grond van artikel 8:29 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

De Raad overwoog dat de in de bijlage verstrekte informatie vrijwel geheel al in de processtukken aanwezig was en slechts een samenvatting vormde zonder toevoeging van essentiële nieuwe gegevens. Bij de belangenafweging tussen het belang van betrokkene bij het verdedigingsbeginsel en het door appellant opgevoerde privacybelang, oordeelde de Raad dat beperking van kennisneming niet gerechtvaardigd was.

Appellant stemde ter zitting in met het ter kennis brengen van de bijlage aan betrokkene. De Raad besloot daarom de gevraagde beperking van kennisneming af te wijzen en de bijlage tot de zaakstukken te rekenen. De beslissing werd genomen door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 7 mei 2009.

Uitkomst: De Raad wijst het verzoek af en bepaalt dat de bijlage aan betrokkene bekend wordt gemaakt.

Uitspraak

08/67 AW
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
B E S L I S S I N G
inzake de toepassing van artikel 21 van Pro de Beroepswet in samenhang met artikel 8:29 van Pro de Algemene wet bestuursrecht in het geding tussen
de Korpsbeheerder van de politieregio [naam regio] (hierna: appellant),
en
[Betrokkene], wonende te [woonplaats], (hierna: betrokkene)
I. INLEIDING
1. Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Haarlem van 6 december 2006, 06/4265.
2. Bij brief van 25 maart 2009 heeft appellant op verzoek van de Raad gereageerd op het beroep dat betrokkene bij verweerschrift op het gelijkheidsbeginsel had gedaan, en in een bijlage bij de brief nadere inlichtingen verschaft over de door betrokkene bedoelde gevallen. Tevens is verzocht om de bijlage met toepassing van artikel 8:29 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) niet aan betrokkene ter kennis te brengen.
3. Appellant heeft, in aanwezigheid van betrokkene die werd bijgestaan door mr. B. Wernink, advocaat te Haarlem, bij monde van zijn gemachtigde mr. A.M. Vinjé, werkzaam bij de politieregio [naam regio], zijn verzoek toegelicht ter zitting van 7 mei 2009. Betrokkene heeft daarop zijn zienswijze gegeven.
II. OVERWEGINGEN
1. Ingevolge artikel 8:29, eerste lid, van de Awb in samenhang met artikel 21, eerste lid, van de Beroepswet kunnen partijen die verplicht zijn stukken over te leggen, indien daarvoor gewichtige redenen zijn, de Raad meedelen dat uitsluitend hij kennis zal mogen nemen van de stukken.
Op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Awb in samenhang met artikel 21, eerste lid, van de Beroepswet beslist de Raad of de beperking van de kennisneming gerechtvaardigd is.
2. Appellant heeft zijn verzoek onderbouwd door te wijzen op zijn plicht om de privacybelangen van (voormalige) medewerkers van de politieregio [naam regio] te waarborgen. Kennisneming van de inlichtingen die in de bijlage bij de brief van 25 maart 2009 zijn verstrekt, zou die plicht doorkruisen, aldus appellant.
3. De Raad stelt vast dat de in de bijlage van de brief van 25 maart 2009 verstrekte inlichtingen, waarvan appellant nu geheimhouding vraagt, vrijwel zonder uitzondering al in de processtukken van de zaak aanwezig zijn. De Raad wijst op de pleitnotities van appellant ten behoeve van de hoorzitting op 2 februari 2006 en op de pleitnota van appellant voor de zitting van de rechtbank Haarlem van 29 oktober 2006. Bij dit licht hebben de inlichtingen waarop het verzoek van appellant betrekking heeft, het karakter van een samenvatting van al beschikbare informatie, zonder dat aan die informatie essentiële details of gegevens van andere aard zijn toegevoegd.
4. De Raad is dan ook van oordeel dat, bij afweging van het belang van betrokkene bij inachtneming van het verdedigingsbeginsel tegen het door appellant opgevoerde belang bij beperking van de kennisneming, de gevraagde beperking van de kennisneming van de nu verstrekte inlichtingen niet gerechtvaardigd is.
5. Appellant heeft ter zitting verklaard ermee in te stemmen dat, in het geval de Raad tot de onder III vermelde beslissing komt, de meergenoemde bijlage tot de op de zaak betrekking hebbende stukken behoort en ter kennis van betrokkene gebracht kan worden. Hierin ziet de Raad aanleiding geen toepassing te geven aan de procedure, neergelegd in artikel 12, zesde lid, van de Procesregeling bestuursrechtelijke colleges, maar de bijlage rechtstreeks ter kennis van betrokkene te brengen.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bepaalt dat de gevraagde beperking van de kennisneming niet gerechtvaardigd is.
Deze beslissing is genomen op 7 mei 2009 door J.G. Treffers als voorzitter en G.P.A.M. Garvelink-Jonkers en K.J. Kraan als leden, in tegenwoordigheid van K. Moaddine als griffier.
(get.) J.G. Treffers.
(get.) K. Moaddine.
HD