ECLI:NL:CRVB:2009:BI4027
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.M. van de Kerkhof
- I.R.A. van Raaij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende medische beperkingen
Appellant ontving sinds 18 september 2000 een WAO-uitkering van 80% of meer arbeidsongeschiktheid. In 2006 vond een heronderzoek plaats, waarna het UWV besloot de uitkering per 3 augustus 2006 in te trekken wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. Appellant maakte bezwaar, maar dit werd ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant eveneens ongegrond, waarbij zij oordeelde dat de medische beperkingen zoals vastgesteld in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) van 10 oktober 2006 juist waren en dat appellant geschikt was voor gangbare arbeid.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij meer beperkingen had, met name psychische klachten en gehoorproblemen. De Centrale Raad van Beroep onderschreef echter het oordeel van de rechtbank dat de medische grondslag deugdelijk was en vond geen aanwijzingen voor meer beperkingen dan in de FML vermeld. De Raad achtte de functies waarop de schatting was gebaseerd passend voor appellant, mede gelet op de arbeidskundige rapportage.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering wegens onvoldoende medische beperkingen.