ECLI:NL:CRVB:2009:BI4064
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H. Bolt
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Heropening WAO-uitkering na detentie en rechtsgevolgen van intrekking
Betrokkene ontving vanaf 2 juli 1999 een WAO-uitkering. Deze werd op 14 maart 2002 ingetrokken vanwege detentie, aangezien bij detentie geen recht op uitkering bestaat. Na ontslag van rechtsvervolging en oplegging van TBS vroeg betrokkene in 2006 heropening van de uitkering met terugwerkende kracht vanaf 13 maart 2002.
Appellant heropende de uitkering per 18 juni 2004, maar betrokkene maakte bezwaar tegen deze ingangsdatum. De rechtbank stelde dat de heropening per 4 april 2003, de datum van het arrest van het Gerechtshof Arnhem, had moeten plaatsvinden en vernietigde het besluit van appellant.
In hoger beroep bevestigt de Raad dat artikel 47b van de WAO van toepassing is en dat artikel 35 van Pro de WAO een termijn van maximaal één jaar terugwerkende kracht stelt, tenzij sprake is van een bijzonder geval. Betrokkene bracht geen bijzonder geval aan. De Raad vernietigt de uitspraak voor zover de rechtbank zelf in de zaak voorzag en bepaalt dat de heropening van de WAO-uitkering per 4 april 2003 geldt. De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit blijven in stand. Tevens wordt appellant veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De heropening van de WAO-uitkering van betrokkene wordt vastgesteld per 4 april 2003.