Art. 8:72 AwbArt. 8:75 AwbWet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO)
AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellant, een voormalige automonteur, ontving een WAO-uitkering wegens psychische klachten met een arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Na een herbeoordeling in 2006 door een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige werd vastgesteld dat appellant minder dan 15% arbeidsongeschikt was, mede gebaseerd op een aangepaste Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) vanwege medicijngebruik.
Het Uwv trok de uitkering in, wat appellant betwistte met het argument dat hij meer beperkingen had en slechts vier uur per dag kon werken. De bezwaararbeidsdeskundige handhaafde echter de geschiktheid voor bepaalde functies en de mate van arbeidsongeschiktheid bleef onder de 15%.
De rechtbank vernietigde het besluit vanwege een procedurele fout in de berekening van de maatmanomvang, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand omdat de feitelijke mate van arbeidsongeschiktheid onder de 15% bleef. Appellant ging in hoger beroep tegen dit standpunt.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, de medische component van het besluit op goede gronden berustte en dat er geen aanwijzingen waren dat beperkingen buiten beschouwing waren gelaten. Ook de geschiktheid van de functies was voldoende aangetoond. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de intrekking van de WAO-uitkering.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid.
Uitspraak
07/6439 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellant] , wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Leeuwarden van 8 oktober 2007, 07/782 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 14 mei 2009
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant is hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 2 april 2009, waar appellant met voorafgaande kennisgeving niet is verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door P.J. Langius.
II. OVERWEGINGEN
1.1. Appellant is automonteur geweest en is op 11 januari 1989 uitgevallen wegens psychische klachten. Na afloop van de wachttijd is hem een arbeidsongeschiktheidsuitkering toegekend. Laatstelijk ontving hij een uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsuitkering (WAO), berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80-100%.
1.2. In het kader van een herbeoordeling is appellant op 11 juli 2006 onderzocht door M. Niemeijer. In zijn rapport van 21 juli 2006 is hij tot de conclusie gekomen dat er bij appellant sprake is van persoonlijkheidsproblematiek. Met inachtneming van daaruit voortvloeiende beperkingen heeft hij een zogeheten Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) opgesteld. Vervolgens is de register-arbeidsdeskundige T. Elzinga in zijn rapport van 5 september 2006 tot de conclusie gekomen dat appellant niet meer geschikt is voor zijn eigen werk van automonteur in loondienst. Wel heeft hij appellant geschikt geacht voor een viertal andere functies en op basis van drie van deze functies heeft hij de mate van arbeidsongeschiktheid van appellant berekend op minder dan 15%. In overeenstemming met dit rapport heeft het Uwv appellant bij besluit van 21 september 2006 meegedeeld dat zijn uitkering met ingang van 22 november 2006 wordt ingetrokken.
2.1. In bezwaar heeft appellant gesteld dat hij meer beperkingen heeft dan zijn aangenomen. Naar zijn mening kan hij maar 4 uur per dag werken. Voorts heeft hij de geschiktheid van de geselecteerde functies bestreden.
2.2. De bezwaarverzekeringsarts heeft nog informatie verkregen uit de behandelende sector. Omdat appellant medicijnen gebruikt, heeft hij de FML enigszins aangepast. Aan de hand van deze aangepaste FML is de bezwaararbeidsdeskundige tot de conclusie gekomen dat de geselecteerde functies nog steeds geschikt zijn. Voor het overige heeft de bezwaararbeidsdeskundige de geschiktheid van appellant voor de geselecteerde functies nader gemotiveerd. Bij besluit van 16 februari 2007 heeft het Uwv het bezwaar van appellant ongegrond verklaard.
3.1. In beroep heeft appellant gesteld dat het er op lijkt dat de bezwaarverzekeringsarts bij zijn beoordeling beperkingen als gevolg van de persoonlijkheidsproblematiek van appellant buiten aanmerking heeft gelaten. Dit zou betekenen dat zijn rapport op een onjuiste medische grondslag berust. Voorts heeft hij nogmaals benadrukt dat voor appellant een urenbeperking dient te gelden.
3.2. In verweer heeft het Uwv onder meer gesteld dat bij de berekening van mate van arbeidsongeschiktheid de maatmanomvang ten onrechte is gemaximeerd. Een berekening van de mate van arbeidsongeschiktheid op grond van de feitelijke maatmanomvang heeft echter aangetoond dat deze minder dan 15% blijft, zodat het bestreden besluit ongewijzigd is gehandhaafd.
3.3. De rechtbank heeft zich kunnen verenigen met de medische component van het bestreden besluit. Voorts is de rechtbank tot de conclusie gekomen dat de geselecteerde functies geschikt zijn voor appellant. De rechtbank heeft het beroep echter gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd omdat het Uwv pas in beroep, in overeenstemming met jurisprudentie van de Raad, de mate van arbeidsongeschiktheid heeft berekend aan de hand van de feitelijke maatmanomvang. De rechtbank heeft evenwel aanleiding gezien om met toepassing van artikel 8:72, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand te laten, omdat de berekening van de mate van arbeidsongeschiktheid aan de hand van de feitelijke maatmanomvang heeft aangetoond dat deze minder dan 15% blijft. Daarnaast heeft de rechtbank beslissingen genomen over proceskosten en griffierecht.
4.1. Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak, voor zover daarbij de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand zijn gelaten. Daarbij heeft hij dezelfde gronden naar voren gebracht als in beroep.
5.1. De Raad overweegt als volgt.
5.2. De bezwaarverzekeringsarts heeft aan de hand van informatie uit de behandelende sector en een eigen onderzoek een FML opgesteld. Vervolgens heeft de bezwaarverzekeringsarts, nadat hij nog meer informatie uit de behandelende sector had verkregen, de FML vanwege het gebruik van medicijnen door appellant enigszins aangepast. Daarmee is naar het oordeel van de Raad een zorgvuldig onderzoek ingesteld naar de klachten van appellant en heeft het Uwv de daaruit voortvloeiende beperkingen juist vastgesteld. Voor een urenbeperking heeft het Uwv geen aanleiding gevonden, hetgeen de Raad op grond van de beschikbare medische gegevens niet voor onjuist kan houden. Voorts heeft de Raad geen enkele aanwijzing gevonden voor het door appellant ingenomen standpunt dat de bezwaarverzekeringsarts arbeidsongeschiktheid buiten aanmerking heeft gelaten. De Raad is dan ook van oordeel dat de medische component van het bestreden besluit op goede gronden berust.
5.3. Aangezien naar het oordeel van de Raad het Uwv tevens de geschiktheid van de aan schatting ten grondslag gelegde functies in voldoende mate heeft aangetoond, is de Raad van oordeel dat de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten, voor bevestiging in aanmerking komt.
6. De Raad acht geen termen aanwezig voor toepassing van artikel 8:75 vanPro de Awb.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten.
Deze uitspraak is gedaan door A.T. de Kwaasteniet. De beslissing is, in tegenwoordigheid van A.C.A. Wit als griffier, uitgesproken in het openbaar op 14 mei 2009.