ECLI:NL:CRVB:2009:BI4339
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens niet opgegeven bankrekening en middelen
Appellant ontving bijstand en had naast bekende rekeningen ook een Rabobankrekening waarop kinderbijslag werd gestort. De Regionale Sociale Dienst (RSD) stelde vast dat appellant in de periode van 6 september 2002 tot en met 5 augustus 2004 geld had gestort op deze rekening zonder dit te melden, wat leidde tot een besluit tot verlaging en terugvordering van bijstand.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigt dit oordeel deels. De Raad oordeelt dat appellant aannemelijk heeft gemaakt dat een deel van de stortingen op de Rabobankrekening afkomstig is van geldopnames van zijn ABN AMRO rekening, waardoor deze bedragen niet als middelen kunnen worden aangemerkt.
De Raad bevestigt dat appellant de inlichtingenplicht heeft geschonden en dat de RSD terecht de bijstand met 100% heeft verlaagd voor een maand. De Raad beveelt dat de RSD een nieuw besluit neemt met inachtneming van deze uitspraak en veroordeelt de RSD in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het beroep wordt deels gegrond verklaard, het besluit tot herziening en terugvordering wordt deels vernietigd en de verlaging van bijstand met 100% gedurende een maand wordt bevestigd.