ECLI:NL:CRVB:2009:BI4343
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens verzwegen inkomsten uit arbeid bij uitzendbureau
Betrokkene ontving bijstand sinds 2000. Naar aanleiding van een belastingsignaal over inkomsten in 2002 stelde het College van B&W Rotterdam een onderzoek in. Het College vroeg looninformatie op bij het uitzendbureau, maar kreeg geen gegevens omdat het bedrijf was verkocht en later opgeheven. Vervolgens verkreeg het College via Suwinet gegevens over de arbeidsverhouding van betrokkene.
Op grond hiervan werd bijstand over de periode april tot december 2002 ingetrokken en teruggevorderd. Betrokkene maakte bezwaar, dat door de rechtbank werd toegewezen omdat het College onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat betrokkene daadwerkelijk bij het uitzendbureau had gewerkt. De rechtbank vond dat de gegevens van Suwinet waarschijnlijk afkomstig waren van de belastingdienst, wat onvoldoende bewijs opleverde.
De Raad oordeelt anders: de gegevens uit Suwinet zijn afkomstig van het UWV en niet van de belastingdienst, omdat werkgevers tot 1 januari 2006 verplicht waren loon- en dienstverbandgegevens aan het UWV te melden. Het College had echter niet voldoende onderzoek gedaan naar de inlener(s) van betrokkene, waardoor het besluit niet zorgvuldig was voorbereid. Het beroep van het College slaagt formeel, maar het besluit wordt alsnog vernietigd omdat het gebrek niet kan worden hersteld.
De Raad herroept het besluit van 21 oktober 2005 en bevestigt de vernietiging van het besluit van 26 april 2006 voor zover het de periode 2002 betreft. Het bestuursorgaan draagt op een nieuw besluit te nemen, maar nader onderzoek bij de werkgever is niet meer mogelijk en blijft voor risico van het bestuursorgaan.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand over 2002 wordt vernietigd wegens onvoldoende onderzoek door het bestuursorgaan.